Vijf misverstanden over eindtoets en schooladvies

In de discussie over de eindtoets basisonderwijs en het schooladvies worden regelmatig uitspraken gedaan die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Wij zetten de belangrijke misverstanden op een rij. We illustreren ze aan de hand van gegevens die in het kader van de Educatieve Agenda Limburg zijn verzameld op scholen in Zuid-Limburg. Het beeld dat hieruit naar voren komt wijkt niet veel af van het landelijke beeld.

1. Het schooladvies is een betere voorspeller van succes in het middelbaar onderwijs dan de eindtoets.

Tot vorig jaar beschikten leerkrachten over de score op de eindtoets op het moment dat zij hun schooladvies uitbrachten. Deze informatie kwam bovenop informatie die ze hadden uit voorgaande toetsen en het gedrag van de leerling. Het is daarom niet verwonderlijk dat het schooladvies een betere voorspeller van het schoolsucces zou zijn dan louter de score op de eindtoets. In de nieuwe situatie moet de leerkracht een schooladvies opstellen zonder dat hij de score op de eindtoets kent. Wel heeft de leerkracht de resultaten van eerdere toetsen tot zijn beschikking. Als leerlingen regelmatig een toets hebben gemaakt uit het leerlingvolgsysteem dan geeft dat statistisch een nauwkeuriger beeld dan alleen de (score op de) eindtoets. Het is dus nog ongewis wat de nieuwe situatie voor de voorspellende waarde van het schooladvies zal betekenen. In de oude situatie was eigenlijk de vraag of de impliciete weging van de leerkracht van aan de ene kant de score op de eindtoets en aan de andere kant andere kennis over de leerling, de juiste was. Er zijn indicaties dat schooladviezen waarin de eindtoets zwaarder meeweegt de voorspellende waarde zou vergroten.

2 Onderzoek laat zien dat het schooladvies zo slecht nog niet is.

In de discussie wordt vaak gewezen op onderzoek dat laat zien dat de schooladviezen van de basisschool van hoge kwaliteit zijn. Dat onderzoek kijkt echter juist naar hoe vaak de schooladviezen overeenkomen met de score op de eindtoets. De eindtoets is dan dus het ijkpunt van de vergelijking. Cruciaal is de vraag in hoeverre afwijkingen in het schooladvies ten opzichte van de eindtoets belangrijke aanvullende informatie over de leerling bevatten.

3 De eindtoets is zeer (en steeds meer) bepalend voor de plaatsing van leerlingen.N/span>

Dat valt heel erg mee. In 20 procent van de gevallen wijkt het schooladvies af van de eindtoets. In 68 procent van die gevallen wordt de leerling geplaatst in overeenstemming met het schooladvies en in slechts 12 procent in overeenstemming met de score op de eindtoets (in de overige gevallen op geen van beide). Het schooladvies was dus al zeer bepalend voor de plaatsing. Ons zijn geen gegevens bekend over een toename van de invloed van de eindtoets over de tijd. Wel ervaren sommige leerlingen de eindtoets als stressvol en wordt dit als reden ervaren om de eindtoets minder belangrijk te maken. Dat is deels juist de kracht van de eindtoets, blijkt uit onderzoek. Om het goed te doen op de middelbare school moet een leerling niet alleen goed zijn in taal en rekenen. Ook zijn persoonlijkheidskenmerken van belang. Leerlingen die gemotiveerd zijn en geen faalangst hebben doen het beter op de eindtoets dan men puur op basis van hun kennispeil zou verwachten. Diezelfde factoren voorspellen ook dat een leerling het beter zal doen in het middelbaar onderwijs.

4 Door de latere afname in het schooljaar van de toets neemt de druk op leerlingen af.

Het hangt er van af over welke leerlingen we het dan hebben. Voor leerlingen (en ouders) die tevreden zijn over het schooladvies staat er niet veel meer op het spel bij de eindtoets in april. Voor leerlingen die denken dat het hen wellicht nog lukt om met een goede toetsuitslag alsnog naar een hoger opleidingsniveau door te kunnen stromen, zal de druk hoger zijn dan ooit. Waar vorig jaar de leerkracht in zijn schooladvies een tegenvallende uitslag op de toets nog kon nuanceren, en de leerlingen dus de geruststelling hadden dat als de uitslag onverwacht tegen zou vallen het toch wel goed zou komen, is nu een situatie ontstaan waarbij de toets de laatste kans is geworden. Deze groep leerlingen zal dus een hogere druk ervaren. In voorgaande jaren was bij 5 procent van de leerlingen de score op de eindtoets hoger dan het schooladvies. Een veelvoud daarvan zal nu wellicht denken met de eindtoets het schooladvies nog omhoog te kunnen halen.

5 Door de nieuwe regels wordt de invloed van het advies op de plaatsing groter.

Een eenvoudige rekensom laat zien dat dit waarschijnlijk niet zo zal zijn. Iets minder dan 1 procent van alle leerlingen heeft nu (in de oude situatie) een schooladvies dat hoger is dan de toets, maar wordt in overeenstemming met de toets geplaatst. Bij de nieuwe regels zal voor hen het schooladvies bepalend gaan worden. Meer dan 2 procent van de leerlingen heeft een toets die hoger is dan het schooladvies en wordt op basis van dat schooladvies geplaatst. In deze gevallen kan een correctie naar boven plaatsvinden. De regels zeggen dat het schooladvies dan moet worden heroverwogen. De staatssecretaris zei bij Jinek dat in dat geval ook het schooladvies naar boven wordt bijgesteld. Als in minstens de helft van de gevallen een bijstelling plaatsvindt naar aanleiding van een hogere eindtoetsresultaat neemt per saldo de invloed van de toets op de plaatsing toe.

Dit stukje schreef ik samen met Lex Borghans en is gepubliceerd in De Limburger op dinsdag 14 april 2015.

Categorieën:Toetsen

Tagged as: ,

%d bloggers op de volgende wijze: