Opbrengstgericht werken in het onderwijs


Opbrengstgericht werken is, in algemene termen, een manier van werken waarbij gegevens over leerprestaties worden benut om het gegeven onderwijs te evalueren en op basis daarvan verbeteringen door te voeren. Door opbrengsten te vergelijken met doelen die een school gesteld heeft, door een vergelijking van de opbrengsten met die van andere scholen, en door een vergelijking van de opbrengsten over de tijd kunnen docenten en de schoolleiding bekijken op welke manier ze hun onderwijs kunnen verbeteren.

Opbrengstgericht werken in het onderwijs kent drie belangrijke elementen. Een eerste element is de formulering van heldere en meetbare doelen, waarbij goed in overweging wordt genomen wat de gevolgen van bepaalde keuzes kunnen zijn. In het kader van opbrengstgericht werken liggen deze doelen niet alleen in de leerprestaties van leerlingen (zowel cognitief als non-cognitief), maar ook in de prestaties van leerkrachten (bijv. resultaten eigen leerlingen en functioneren binnen team) en die van de school als geheel (bijv. efficiënt omgaan met financieringsbronnen). Belangrijk daarbij is dat de doelen in het onderwijs in algemene zin worden geformuleerd door de overheid, maar inhoudelijk vorm kunnen worden gegeven door de schoolleiding zelf.

Een tweede element van opbrengstgericht werken is toetsing. Het gebruik van diagnostische toetsen die nauwkeurig weergeven hoe een leerling presteert, bij voorkeur op meerdere momenten in de tijd en niet alleen vergelijkbaar binnen de eigen klas of school, maar met een landelijke benchmark (met andere woorden jaarlijkse schooloverstijgende adaptieve toetsen). Meer toetsen is hier niet het sleutelwoord, waarvoor vaak wordt gevreesd door docenten of ouders, maar wel efficiënter toetsen en gebruik van toetsen. Er moet kritisch worden gekeken wat er met een toets eigenlijk gemeten wordt en hoe de resultaten op een correcte manier geïnterpreteerd worden en hoe de resultaten kunnen worden ingezet om het onderwijs en leerlingprestaties verder te verbeteren. De toets zou daarbij niet alleen de cognitieve leerprestaties van de leerling in kaart moeten brengen maar ook de non-cognitieve ontwikkeling. Beide componenten zijn van belang voor het latere (arbeidsmarkt)leven van de leerling en daarmee beide te rekenen tot opbrengsten van scholen. Door jaarlijks de totale set vaardigheden van leerlingen (objectief) te beoordelen, komt ook data beschikbaar waarmee cruciaal onderzoek naar de effecten van vroege ervaringen in het leren van kinderen op hun latere arbeidsmarktkansen, gezondheid en levensgeluk kunnen worden vastgesteld. Hier is niet alleen een belangrijke rol weggelegd voor onderzoekers, maar ook voor het onderwijsveld. Ook daar zijn mensen nodig met meer kennis en inzicht in hoe te toetsen en hoe de resultaten van de toetsen in te zetten voor onderwijsverbetering.

Het derde element van opbrengstgericht werken is dialoog. Samenwerking en dialoog tussen onderzoek en het onderwijsveld zodat op een systematische manier onderzocht kan worden hoe de resulterende data geïnterpreteerd dienen te worden, of de gestelde doelstellingen behaald zijn, hoe het onderwijs effectiever kan worden ingericht. Er bestaat een kloof tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek die opbrengstgericht werken in de weg kan staan. Voor een juiste interpretatie van de informatie over de staat van het onderwijs is het samen kijken naar de cijfers van cruciaal belang. Enerzijds komen docenten of schoolleiders met verklaringen waar de onderzoeker niet aan gedacht zou hebben, anderzijds kunnen onderzoekers de verklaringen systematisch testen. Ook bij het ontwikkelen van de oplossingen is de samenwerking cruciaal. Door oplossingen op gestructureerde wijze uit te testen (al dan niet experimenteel) kan onderzocht worden of iets werkt of niet. De onderzoeker is hierbij nuttig, maar moet naar de docent of schoolleider luisteren als het gaat om de uitvoering van de projecten in de praktijk. Aan de ene kant worden maar al te vaak mogelijke oplossingen voor knelpunten door onderzoekers bedacht achter de tekentafel en zijn die onuitvoerbaar in de praktijk. Aan de andere kant wordt door docenten en schoolleiders veel uitgeprobeerd op school dat op een meer gestructureerde manier zou kunnen worden geëvalueerd.

Meer lezen?

In het boek “Wat is goed onderwijs? Bijdragen uit de economie” ge-edit door Lex Borghans, Ruud Klarus en Ib Waterreus, heb ik hierover een hoofdstuk geschreven.

Blogogw

 

%d bloggers op de volgende wijze: